Home Vereniging Activiteiten Natuurgebieden Natuur Fotoalbum

  • Vlinder op bloem
  • Grassen
  • Tijgerspin in De Goren
  • Kuiken Nijlgans aan Kinderdijk - Nederland
  • Groene kikker in Lekkerkerkse Polder - Nederland
Help de vlinders in je tuin


terug naar Natuur - Flauna & Flora

Biodiversiteit in vrije val

De verscheidenheid aan organismen, zoals planten en dieren, blijven stelselmatig afnemen. Niet enkel in Vlaanderen, maar ook in onze Zuiderkempen. Als je even stil staat bij de diersoorten die de afgelopen 25 jaar uit onze leefomgeving zijn verdwenen krijg je een indrukwekkende lijst. Vaak vormt een wijziging van het grondgebruik de oorzaak van deze achteruitgang. Graanakkers met korenbloemen, kamille en klaprozen kleurden in de jaren '60 en '70 van vorige eeuw grote oppervlakten landbouwgrond. Tevens werden talrijke graslanden gehooid of extensief begraasd. De graanakkers werden vervangen door grootschalige maïsakkers. De spontane kruidengroei onder de maïsakkers wordt met de nodige pesticiden in bedwang gehouden, waardoor een kale bodem rest. De bloemrijke, matig bemeste hooilanden werden vervangen door monotone raaigraslanden, die 4 keer per jaar gemaaid en gehooid worden. Hierdoor krijgt geen enkele bloem de kans om zaad te vormen en zich in stand te houden. De graasweiden worden zeer intensief begraasd door hoge veedichtheden, zodat de flora er zeer sterk verarmd is. Directe slachtoffers van deze veranderingen zijn de vlinderpopulaties.

Dagvlinders in de problemen

In Vlaanderen kwamen er omstreeks 1900 70 soorten dagvlinders voor. In 1996 werd een rode lijst van de dagvlinders in Vlaanderen gepubliceerd (INBO). De rode lijst geeft de status van de diersoorten weer en is gebaseerd op waarnemingsgegevens uit de periode 1900 - 1995. De huidige verspreiding wordt hierbij vergeleken met het vroegere voorkomen. Op basis van enerzijds de evolutie van het voorkomen (aantal bezette uurhokken) en anderzijds de zeldzaamheidsgraad (aantal waarnemingen) kunnen 6 categorieën worden onderscheiden: bedreigd, kwetsbaar, met uitsterven bedreigd, zeldzaam of momenteel niet bedreigd. 30% van de dagvlindersoorten zijn intussen reeds uitgestorven! Slechts 21 soorten worden niet bedreigd.

Rode lijst categorie Aantal soorten
Uitgestorven 21
Met uitsterven bedreigd 8
Bedreigd 6
Kwetsbaar 7
Zeldzaam 4
Onvoldoende gekend 1
Momenteel niet bedreigd 21

Wanneer je in een vlindergids de verspreiding van de soorten bekijkt, staat er vaak de term "algemeen verspreid" vermeld. In Vlaanderen zijn er een twintigtal soorten, die tot deze categorie behoren. Maar de niet bedreigde soorten zijn de afgelopen 20 jaar schrikwekkend in aantal afgenomen. Enkele voorbeelden: citroenvlinder en kleine vos kwamen vroeger zeer frequent in de tuin voor, momenteel is hun aantallen in de natuurgebieden zelfs spectaculair afgenomen. Het hooibeestje en de argusvlinder kwamen vroeger vrij algemeen voor op de Netedijken. Momenteel zijn beiden soorten quasi uit onze streek verdwenen.

Aan de slag voor meer vlinders

Woon- en industriegebieden nemen ca. 20% van Vlaanderen in. De beschermde en erkende natuurgebieden omvatten slechts 1% van de Vlaamse oppervlakte. Dit betekent dat de tuinoppervlakte rond woningen een veel grotere oppervlakte inneemt dan de natuurgebieden. In de landelijke Zuiderkempen bezitten talrijke woningen een omvangrijke tuin, vaak groter dan 10 are. Mits enkele kleine aanpassingen aan je tuin, kan je voor vele soorten een stapsteen vormen.

Een dagvlinder heeft behoefte aan drie zaken:
  • zonnige, windluwe plekjes
  • nectarplanten, waar hij voedsel kan uithalen
  • waardplanten, waar de eitjes op gelegd worden en waar de rupsen voedsel vinden

1º Creëer windluwe plekjes in de tuin.

Door de aanplanting van inheemse gemengde hagen kan je windarme plekjes creëren. Deze zijn bovendien interessant voor je eigen tuinbeleving (windbrekers, privacy). De voorkeur gaat uit naar inheemse hagen, waarbij volgende haagplanten gemengd aangeplant kunnen worden: carpinus betulus (haagbeuk), fagus sylvatica (beuk), liguster (geurende bloemen en interessant voor de ligusterpijlstaart).

Enkele inheemse struiken zijn ook interessant voor dagvlinders. Hulst en vuilboom zijn waardplanten voor de citroenvlinder en het boomblauwtje. Ook enkele viburnum- en cornusvariëteiten kunnen bloemen opleveren.

Struiken en hagen geven structuur aan de tuin en het landschap. Vlinders oriënteren zich op deze houtige landschapselementen bij hun verplaatsingen. Het zijn eigenlijk natuurlijke wegwijzers.

2º Plant nectarplanten in je tuin.

Je kan op twee manieren nectarplanten aanbrengen in je tuin. Je kan enerzijds een bloemenweide aanleggen in je tuin, anderzijds kan je klassieke tuinplanten planten, die toch interessant zijn voor vlinders en bijen.

Plant (vaste) planten met nectaraanbod.

Dagpauwoog Er is een bijzonder groot gamma vaste planten verkrijgbaar in de tuincentra.
Waardevolle nectarplanten zijn: vlinderstruik (buddleja), lavendel, herfstaster (aster novi-belgii), helenium, hemelsleutel (sedum spectabile), salie, ijzerhard (verbena), koninginnekruid (eupatorium purpureum), vaste muurbloem (erysimum 'Bowles mauve'), judaspenning en dopheide (erica).

Als algemene regel kies je best een aan het wild verwante variëteit. Deze bezitten vaak nog nectar. Bij talrijke cultivars is de nectarfunctie ingeruild voor meer kroonbladeren.

Je kan aan de rand ook hogere planten aanbrengen zoals: kogeldistel, boerenwormkruid.
Je kan de aanblik van je tuin verfraaien door éénjarige bloemen of knolgewassen aan te brengen. Bij de knolgewassen zijn de dahlia mignon met oranjegeel hart interessant.
De dahlia's van het type cactus of pompon zijn absoluut niet geschikt voor insecten.

Bij de éénjarige bloemen kan ik zeker verbena en tagetes (enkelbloemige Afrikaantjes) aanbevelen.

Bloemenweide

Als je een grote grasoppervlakte bezit, kan je opteren om een gedeelte van het grasveld minder vaak te maaien. Door een deel van het grasveld niet te maaien voor 15 juni komen de bloemen in bloei. Na een 5-tal jaren heeft zich een bloemenweide ontwikkeld. Het is belangrijk om het maaisel af te voeren, waardoor de bodem verarmd wordt. Indien de bodem bij de beginsituatie voedselrijk is, kan je best gedurende 1 of 2 jaar wekelijks maaien en afvoeren, zonder te mesten. Nadien kan je dan overschakelen op 2 of 3 maaibeurten per jaar.

Je kan bij de (her)aanleg van je tuin ook bewust kiezen voor de aanleg van een bloemenweide. Dit kan je best realiseren op een arme bodem. Hierbij maak je best gebruik van een mengsel van fijne grassen, zoals struisgrassen en zwenkgras. Vermijd zeker Engels raaigras in je zaadmengsel!

In een bloemenweide op schrale bodems komen volgende fraaie bloemen voor: margriet, knoopkruid, biggekruid, vertakte leeuwetand, havikskruid, vlasbekje en streepzaad.

3º Geef waardplanten een kans in je tuin.

In een bloemrijk schraal grasland komen talrijke geschikte waardplanten voor. Zandoogjes en dikkopjes hebben diverse grassoorten nodig, zoals kweek, zwenkgras, beemdgras en kropaar.
Diverse klaversoorten zijn geschikt voor het icarusblauwtje. Kleine vuurvlinder is verlekkerd op veldzuring en schapenzuring. De (wilde) peen en andere schermbloemigen (ruit) zijn geschikt voor rupsen van de koninginnepage.
Het oranjetipje kan je helpen met look-zonder-look, pinksterbloem en judaspenning.
De witjes zetten hun eitjes af op koolsoorten, kruisbloemigen, zoals damastbloem, koolzaad, raapzaad en oost-indische kers.
De grote brandnetel is een favoriete plant voor talrijke dagvlinders, zoals atalanta, landkaartje, dagpauwoog, kleine vos, distelvlinder en gehakkelde aurelia.

© Natuurpunt Heist-op-den-Berg   -